![]() | Voordat je je profiel kiest als je zestien bent, heb je van elk vak al een beetje geproefd, zodat je een goede beslissing kan nemen. Maar ook daarna kom je al die vakken die je leuk vindt, maar moest laten vallen, één keer per jaar tegen: in het periodeonderwijs. (Carolijn, 12e klas) | |||
Er zijn drie pijlers waarop het vrijeschoolonderwijs berust: schoonheid beleven – beweging ervaren – kennis eigen maken. | ||
| middenbouw | ||
| klassen en vakken | ||
| bovenbouw | ||
| klassen | ||
| vakken | ||
| differentiatie en examens | ||
| examenresultaten | ||
Er is in het voortgezet onderwijs een verschil in aanpak tussen de eerste twee jaren, de Middenbouw genaamd, en de volgende jaren van de Bovenbouw.
Er is geen breuk met de basisschool. De leerlijnen lopen door, de feesten worden samen gevierd, de leraren zijn bekend van gezicht en sommigen gaven ook op de Abbenbroekweg al les.
Maar de puberteit kondigt zich aan en de klas verhuist naar het gebouw aan de Waalsdorperweg. Sommige kinderen kiezen misschien voor de Praktische stroom of voor een andere school.
Nieuwe klassen worden gemaakt met leerlingen erbij die instromen vanuit een andere school of van één van de vrijescholen in de regio (Wonnebald uit Den Haag, Widar uit Delft of De Ridderslag uit Gouda). Zo kan iedereen een frisse start maken en is er weldegelijk veel nieuw, naast al het oude vertrouwde.
In de eerste weken van het schooljaar organiseren we allerlei activiteiten om elkaar én de school goed te leren kennen.
De zevende en achtste klassen krijgen les in hun eigen lokaal en krijgen veel les van hun vaste klassenleerkracht. Op die manier ontstaat er een sterke band tussen de leraar en de leerlingen en met de klas als geheel.
Leerlingen in de leeftijd van 12-14 jaar zitten “tussen servet en tafellaken”, zou je kunnen zeggen.
Er wordt een overgang gemaakt van het beeldend lesgeven uit de onderbouw naar het begripsmatige van de bovenbouw. De leerlingen van deze leeftijd stellen andere eisen aan de leerkrachten dan in de bovenbouw. Zij zijn nog in hoge mate gericht op die ene man of vrouw voor de klas die hen door verschillende vakgebieden leidt. Hierdoor blijven de vakken een samenhangend geheel. Deze werkwijze bevordert het zelfvertrouwen en begrip van de leerling, zodat er veel geleerd en hard gewerkt wordt. Zo worden goede gewoontes gevormd, bijvoorbeeld bij het maken van huiswerk.
De leerlingen leren zelfstandig te werken en projecten te organiseren. Het samenwerken staat vaak voorop. De leerlingen gaan een drempel over waar ze toch nog begeleid moeten worden maar ze leren verantwoordelijkheid te dragen voor eigen werk en opdrachten. In alle lessen komt de echte, feitelijke wereld het klaslokaal binnen, en regelmatig trekt de klas met de leerkracht het lokaal uit, de echte wereld in. Een beweging die tijdens de bovenbouw nog versterkt wordt.
De middenbouw vormt een sociale eenheid die mede vorm krijgt door het gezamenlijk vieren van sommige jaarfeesten en klassenavonden. Je zou van een “dubbele brugklas” kunnen spreken, maar ook in de daarop volgende negende klas zitten alle kinderen nog bij elkaar en wordt er nog niet naar niveau, stroom of profiel geselecteerd.
Leerkrachten in deze afdeling zijn expert in de omgang met de deze leerlingen. Elke week komen de leerkrachten van de middenbouw als team samen om de inhoud van de lessen met elkaar af te stemmen en de didactiek te bespreken. Samen bespreken ze dan ook de vragen en problemen van individuele leerlingen en werken ze aan doelmatige oplossingen. De leraren vormen op deze manier een hecht team van ervaren pedagogen die de kwetsbare, jonge pubers voorbereiden op de bovenbouw.
Periodeonderwijs
Net als in de onderbouw begint elke schooldag met twee aaneengesloten les uren waarin enkele weken achter elkaar hetzelfde vak wordt gegeven. We noemen dit periodeonderwijs. Een kenmerkende werkwijze van de vrijeschool. Als je een paar weken lang heel intensief met één vak bezig bent, raak je minder gauw de draad kwijt. Dat is onze filosofie.
Een belangrijk deel van het huiswerk is het periodeschrift. Leerlingen maken tijdens de periode een schrift dat aan het eind wordt nagekeken en beoordeeld. Daarnaast wordt de leerstof getoetst met een proefwerk of werkstuk.
Het periodeonderwijs wordt meestal gegeven door de klassenleerkracht, maar soms ook door een andere leraar van het middenbouwteam. De klassenleerkracht geeft ook een gedeelte van de vaklessen. Dat geldt niet voor de vakkenEngels, Duits, Frans, wiskunde, godsdienst, muziek, euritmie, diverse kunstzinnige en ambachtelijke vakken en gymnastiek. Daarvoor hebben we vakleerkrachten.
School is meer dan examen doen
Het leven is meer dan examen doen en dat is ook zo op school, vinden wij. Daarom krijgen onze leerlingen, naast de normale vakken, veel kunst- en bewegingsvakken. Zo kunnen ze zichzelf ook op andere vlakken ontwikkelen en hun eigen accent leggen op hoofd, hart of handen.
Op de vrijeschool maak je dingen waar je wat aan hebt: bij metaalbewerken een hamer, bij houtbewerken bewegend speelgoed. Maar ook een weegschaal met zelf geslagen koperen schaaltjes, of een dienblad.
Leerlingen ontwerpen kledingstukken, een kimono of een rugzakje bijvoorbeeld. We werken op onze school met hout en metaal, met naaimachines en drukpersen. Maar dat is niet alles. We doen ook veel aan schilderen, beeldhouwen, toneel en muziek. De zevende en achtste klassen zingen wekelijks met zijn allen. Moderne en klassieke stukken. Zingen is een gezonde uitlaatklep.
Zelfstandig werken
Onze leerlingen leren zelfstandig te werken en projecten te organiseren. In de middenbouw gaan de kinderen langzaam maar zeker een drempel over richting zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Ze krijgen daarin natuurlijk begeleiding, maar stap voor stap leren ze zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun werk en opdrachten.
Uitstapjes
De zevende klas gaat aan het eind van het jaar op werkweek in het bos of op het boerenland. Een week die in het teken staat van samenwerking en doorzettingsvermogen met daarnaast veel sport, spel en gezelligheid.
In de achtste klas gaan de leerlingen op survival. Op kamp in de Ardennen op een terrein aan de rivier de Ourthe. Een actieve week waarin we grotten bezoeken, gaan kanoën, bergwanden beklimmen en abseilen. Ook doen we groepsspelen, speurtochten (met kaartlezen), gaan we sporten en is er veel gezelligheid. De leerlingen leren spelenderwijs te werken aan sociale vaardigheden en doen veel kennis op over geologie, natuurkunde en aardrijkskunde.
Kids and Science
Kids and Science is bedacht door een ouder en een leerkracht van onze school. Doel van dit initiatief is de kinderen meer te interesseren in de wetenschap.
Leerlingen hebben vaak een abstract en gecompliceerd beeld van de wetenschap. Kids and Science wil dat veranderen en laat leerlingen daarom zelf onderzoeken en uitvindingen bedenken. Ook als de leerlingen niet van plan zijn later in hun beroep iets te gaan doen met wetenschap, zal de wetenschap wel deel van hun leven blijven.
De projectweken in de zevende en achtste klas vormen het begin van een leerlijn Duurzame Ontwikkeling die doorloopt tot in de hoogste klas.
Meer weten? Kijk op: www.kidsandscience.org
De leerlingen kunnen vanaf klas 7 facultatief een cursus Spaans volgen.
In de zevende klas ontdekken de leerlingen de wereld van de Renaissance, grenzen worden verlegd door zich te verdiepen in de levensverhalen van ontdekkingsreizigers.
Zevende klas: 12-13 jaar
Nog vóór de drempel van de puberteit probeert het kind grenzen te verkennen, nieuwe mogelijkheden te onderzoeken, zich los te maken van de autoriteit, eigen wegen te zoeken. Als antwoord hierop houdt de klassenleraar weliswaar in de aanpak de warmte en geborgenheid van de onderbouw vast, maar in de lesstof worden de grenzen grondig verlegd.
In alle lessen ...meer lezen? Zie zevende klas.
In de achtste klas komen de biografieën van beroemde uitvinders en ontwikkelingen in de geschiedenis aan bod die de industriële revolutie inluiden en hiermee slaan we de brug naar de huidige tijd.
Achtste klas: 13-14 jaar
Werd de wereld in de zevende klas al vereenvoudigd tot zwart-wit nuances, in de achtste klas komen daar de exacte en controleerbare wetten en waarnemingen van het tekenen in perspectief bij. Het klaslokaal, een stilleven of een scène buiten vormen het onderwerp dat wel of niet realistisch is weergegeven, dat zie je meteen. Op de naaimachine wordt een eigen kledingstuk gemaakt dat wel of niet past.
De verschillen tussen de jongens en de meisjes ...meer lezen? Zie achtste klas.
De klassen 7 en 8 zingen wekelijks gezamenlijk in het middenbouwkoor. De leerlingen kunnen deels binnen, deels buiten schooltijd facultatief Spaans kiezen.
De overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs verloopt conform de voor heel Den Haag geldende BOVO-procedure.
Voor tussentijdse aanmelding kunt u bij de receptie (070-324 43 00) een aanmeldingsformulier opvragen. Na ontvangst van het formulier zal de teamleider Middenbouw het vervolg van de aanmelding coördineren.
Meer weten over de vakken zoals:
Na de achtste klas komen de leerlingen in de bovenbouw en krijgen een andere klassenleraar (die tot de elfde of twaalfde blijft), en een pedagogie en didactiek die aan de puberteitsfase zijn aangepast.
De docenten zijn vakspecialisten. Door het enthousiasme dat zij zelf voor hun vak voelen, kunnen zij oprechte interesse bij de leerlingen wekken. En vanuit de interesse kan de gedachtewereld van een vak doorgrond worden. In de bovenbouw voltooien de leerlingen hun verandering van grote kinderen tot jongvolwassenen. Hier past geen autoritaire relatie zoals die in de onderbouw mogelijk is. In toenemende mate wordt een beroep gedaan op het eigen oordeelsvermogen en de eigen verantwoordelijkheid van de jongeren. Het college van leraren vormt een hecht team dat twee keer per week vergadert.
Leerroutes
In de meeste lessen kunnen de leerlingen goed zelf bepalen op welk niveau ze werken. Want ze gaan zelf aan de gang, ze gaan zelf nadenken en zelf uitzoeken hoe bepaalde dingen in elkaar zitten, ieder op het eigen niveau en in de eigen leerstijl. De leerkracht geeft echter op vele momenten centraal les, zodat de groep een geheel blijft.
Het selecteren naar niveau gebeurt bij ons zo laat mogelijk, dat is de hoeksteen van ons beleid.
Alle leerlingen krijgen de eerste drie jaren algemeen voortgezet onderwijs aangeboden. Het lesprogramma kan vanaf vmbo-t niveau worden gevolgd. Er zijn variaties in tempo, niveau en breedte van het vakkenpakket mogelijk. De leerlingen bouwen geleidelijk een dossier op, waaruit zichtbaar wordt waar hun kwaliteiten liggen. Dit wordt gebruikt om aan het einde van de basisvorming vast te stellen met welk examentraject de leerling de lessen vervolgt. De leerlingen met een vmbo-profiel stromen na de tiende klas uit naar het middelbaar beroeps onderwijs.
Degenen die uitzicht hebben op een havo- of vwo-diploma kiezen eind negende klas hun leerroute. De ene groep leerlingen splitst zich vanaf de tiende klas voor ca. éénderde van de lesuren af van de rest van de klas, deze groep kiest voor een snellere route naar het havo of vwo-examen.
De andere groep blijft gezamenlijk lessen volgen en splitst zich in de elfde klas naar niveau. Zo wordt er door een ruime meerderheid van onze leerlingen een vwo- of havo-diploma behaald.
Zie ook differentiatie en examens.
De klassenleerkracht in de bovenbouw heeft een heel andere verhouding tot de klas dan in de onderbouw. Hij vervult in de eerste plaats een communicatieve rol tussen het lerarencollege en de ouders. De pedagogische verantwoordelijkheid voor zowel de klassen als geheel als voor de individuele leerling is een zaak van alle bovenbouwleerkrachten gezamenlijk.
Als een leerling behoefte heeft aan meer persoonlijke begeleiding of als het lerarencollege dit voor hem nodig vindt, dan krijgt hij na overleg één van de leraren als persoonlijk mentor. Meestal wordt door de mentor eens per week, maar soms ook dagelijks, met de leerling nagegaan hoe hij meer greep op z’n schoolwerk kan krijgen. Vaak krijgt zo’n leerling het advies om naar de huiswerkcursus te gaan.Voor elke klas wordt uitgekiende lesstof ontworpen, die de docenten voortdurend aan de omstandigheden aanpassen. Het spaarzame gebruik dat van leerboeken gemaakt wordt, biedt daartoe extra vrijheid.
Meer weten? Zie:
Net als in de rest van de school is de lesdag van de bovenbouw ritmisch ingedeeld. Hij begint met periodeonderwijs. Vakken die hierbij aan bod komen zijn: Nederlands, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, maatschappijleer, economie en aardrijkskunde.
Na de periode volgt een aantal uren waarin vaklessen worden gegeven. Een aantal hiervan is klassikaal, bijvoorbeeld gymnastiek, euritmie, informatica, muziek en toneel. De overige vakken zijn meer examengericht: iedere leerling volgt dan afhankelijk van de gekozen stroom of het gekozen profiel zijn eigen leerweg, bijvoorbeeld bij Engels, Frans en Duits.
Ook de middagperiodes hebben een belangrijke plaats, in dezelfde vorm als bij de middenbouw. Daarin worden de volgende vakken gegeven: meubelmaken, steenbewerken/beeldhouwen, schilderen/tekenen/grafische vormgeving en textiele werkvormen. In klas 12 volgen de leerlingen gewoonlijk gedurende een periode van een halfjaar een van deze vakken. De keuze is aan de leerling.
Elke week zingen alle leerlingen twee keer: met de klas apart, en in het bovenbouwkoor, wat leidt tot een uitvoering aan het eind van het schooljaar. Het bewegingsvak euritmie leidt regelmatig tot een project dat opgevoerd wordt. In bijna elke klas wordt een groot toneelstuk gerepeteerd en opgevoerd, met rollen voor iedereen. Ook de praktische voorbereiding – het verzorgen van decors, attributen, kleding, affiches, sponsoring en programma’s – is in handen van de klas (en de ouders).
Activiteitenweken met vakintegratie
In de negende klas lopen de leerlingen een week stage in een winkel. Met dit leren-door-doen verwerft de leerling inzicht in maatschappelijke en economische processen.
In de tiende klas wordt een landmeetweek gehouden. In een doelgerichte integratie van wiskunde, aardrijkskunde, sport en spel wordt een leerzaam traject gegaan van concrete waarnemingen naar een abstracte, exacte kaart van het gemeten gebied.
In de elfde klas kiezen de leerlingen een sociale instelling om twee weken stage te lopen. Behalve verdieping van de sociale vaardigheden levert dit ook diep respect voor de medemens en een concrete oriëntatie op enkele beroepen op.
Eind elfde klas organiseren de leerlingen hun eigen cultuurreis, onder leiding van de klassenleraar. Deze sluit aan bij de behandelde lesstof van de vele doorlopende leerlijnen van bijvoorbeeld de talen, (kunst)geschiedenis, aardrijkskunde, biologie en economie. De reis gaat naar één van de Europese culturele hoofdsteden waarmee kennis gemaakt wordt via een excursieprogramma. Deze reis vormt tevens de afsluiting van het klassengeheel en wordt daarom meestal ´eindreis´ genoemd, ook al doen vele leerlingen nog de twaalfde klas.
| Meer weten? | |
| Zie binnen deze website | of op de < 18 website |
| de talen | Nederlands Engels Duits Frans |
| de maatschappijvakken | aardrijkskunde geschiedenis economie maatschappijleer kunstgeschiedenis CKV godsdienst |
| de exacte vakken | |
| de ambachtelijke en beeldende vakken | metaal hout steen/boetseren schilderen/tekenen/grafiek |
| de podiumkunst en bewegingsvakken | |
| de overige vakken | ICT EHBO/verzorging overige |
Algemeen voortgezet onderwijs
De klassen 7 tot en met 9 bestrijken de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs. Al onze leerlingen krijgen hier een breed onderwijsaanbod. Het lesprogramma heeft een algemeen vormend karakter, en kan vanaf vmbo-t niveau gevolgd worden. Door het ivo- proevensysteem (zie hieronder) zijn variaties mogelijk in tempo, niveau en breedte van het vakkenpakket. Door middel van proeven bouwen leerlingen een dossier op, waaruit zichtbaar wordt waar hun kwaliteiten liggen. Dit dossier wordt mede gebruikt om aan het eind van de negende klas een keuze te bepalen voor het examentraject. Afhankelijk van de getoonde capaciteiten kan vanaf dit moment elk eindtraject van vwo tot en met vmbo-t beginnen.
Examentrajecten
Vanaf de tiende klas wordt examengerichte leerstof aangeboden, maar de klassen worden niet volledig gesplitst. Als antwoord op verschillen in tempo, niveau en vakkenkeuze zijn er in het rooster de zogenaamde profiellessen opgenomen. Gedurende een achttal uren in het rooster worden de klassen verdeeld over niveau- en profielgroepen. De verdeling van de groepen is gebaseerd op het te volgen examentraject. Dit betreft het éénjarig eindtraject voor vmbo, en het twee- en driejarig eindtraject voor havo en vwo. De examenjaren voor havo en vwo worden tenslotte in een aparte examenklas afgerond. De indeling in de verschillende examentrajecten wordt bepaald door middel van een jaarlijks terugkerende adviesprocedure.
vmbo-t
Door middel van het ivo-proevensysteem kunnen leerlingen in de tiende klas een vakkenpakket afronden dat voldoet aan het eindniveau vmbo-t. Leerlingen leggen hierbij een volledig examen af voor de vakken Nederlands en Engels, en doen afsluitende proeven voor tenminste vier examenvakken. Deze dossiers worden aangevuld met afsluitende proeven voor lichamelijke opvoeding, kunstvakken en maatschappijleer, en met algemene aantekeningen voor overige gevolgde vakken. De afsluitende proeven zijn volledig geïntegreerd in het leerstofaanbod van de tiende klas en geven de mogelijkheid om intern door te stromen naar de tweede fase havo-vwo. Het hierdoor te behalen diploma geeft toegang tot het middelbaar beroeps onderwijs. In dit jaar wordt ook een eerste specialisatie aangebracht in het vakkenpakket. Hierbij vervallen er nog geen vakken, maar krijgen vakken in de keuzerichtingen cultuur, maatschappij of natuur extra aandacht.
havo en vwo
De ‘tweede fase’ beslaat het twee- en driejarig eindtraject voor havo en vwo. In het eerste jaar worden beide niveaus nog gecombineerd, maar worden de groepen verdeeld naar het gekozen profiel. Het profiel behelst een standaard-vakkenpakket dat vanuit een gekozen richting van vervolgonderwijs is samengesteld. Deze pakketten worden in drie hoofdstromen aangeboden: cultuur, maatschappij, en natuur. Bij de overgang naar de examenklas wordt de definitieve vakkenkeuze gemaakt. Na het eerste jaar worden de trajecten verder uitgesplitst: aan de ene kant wordt het havo afgerond met de examenklas, het vwo vervolgt met het vijfde leerjaar vwo, en aansluitend de examenklas vwo.
Verdeling leerlingenpopulatie naar hoogste eindniveau:
Vmbo-t: 25%
Havo: 40%
Vwo: 35%
Slagingspercentages 2007 - 2010
|
niveau |
vmbo-t |
havo |
vwo |
|
2010 |
100% |
76% |
100% |
|
2009 |
98% |
87% |
97% |
|
niveau |
vmbo-t |
havo |
vwo |
|
2008 |
98% |
79% |
92% |
|
2007 |
100% |
75% |
86% |
![]() |
![]() |
|||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||